Nog steeds veel te veel bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater van Delfland

De chemische waterkwaliteit is in 2018 weer een klein stukje ‘minder slecht’ geworden, met het laagste aantal aangetroffen bestrijdings-middelen sinds er door Delfland wordt gemeten.

Een korte versie van dit blog is eerder geplaatst als opiniebijdrage in Vaktijdschrift H2O

Maar gaat het nu ook echt beter? Delfland waarschuwt zelf al dat het doel van de Kaderrichtlijn Water (KRW) om in 2027 een goede en gezonde waterkwaliteit met veel verschillende planten en dieren te bereiken ‘nog niet binnen handbereik is, daarvoor is nog een behoorlijke verbetering nodig’.

Het is duidelijk dat er vooral in de glastuinbouw nog wel een tandje moet worden bijgezet om te voorkomen dat er bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen.

Minder bestrijdingsmiddelen, hogere concentraties

Het liefst wil je natuurlijk helemaal geen bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Dan is het goed nieuws dat het aantal chemische gewasbeschermingsmiddelen dat boven de wettelijk toegelaten concentratie uitkomt, is gezakt van 16 middelen in 2017 naar 12 middelen in 2018.

“Het is net als in het verkeer. Rijd je nou echt veiliger als je niet 16 maar 12 bekeuringen krijgt voor te hard rijden, terwijl je snelheid wel hoger was?”

Helaas is de totale concentratie van alle bestrijdingsmiddelen samen in Delfland wel gestegen in 2018. Dat komt dus neer op een hogere concentratie per overgebleven bestrijdingsmiddel dan het jaar daarvoor. De bestrijdingsmiddelen die op de meeste locaties de norm overschreden, zijn imidacloprid, pirimicarb en carbendazim (verboden sinds 2016).

Delfland Waterkwaliteitsrapportage 2018 (klik hier)

Toxiciteitsanalyse

Echter, een goede analyse van de toxische effecten van de aangetroffen bestrijdings-middelen ontbreekt nog in de Delflandse waterkwaliteitsrapportage. Standaard begrippen uit de toxicologie, zoals LC50 (lethal concentration voor 50% van de testorganismen zoals bijv. watervlooien)  en EC50 (effective concentration waarbij 50% van de testorganismen een niet-dodelijk effect laten zien), worden nergens genoemd.

Zo zijn Imidacloprid (merknaam: Admire) en vergelijkbare stoffen (neonicotinoïden of kortweg neonico’s) misschien relatief onschuldig voor mensen maar een sluip-moordenaar voor watervlooien, vlokreeftjes en ander klein waterleven. Die vormen wel de basis waarop de hele voedselketen steunt. Zulke systemische middelen veroorzaken niet alleen directe sterfte, maar de watervlooien etc. die het wel overleven krijgen ook minder nakomelingen waardoor hun aantallen uiteindelijk flink teruglopen. En er dus minder te eten is voor kleine visjes.

Delflands eigen Ernst laat in een kort filmpje zien hoe dat zit!

Aflevering 12: Pesticiden en Waterdiertjes – Ernst’s OnderWaterWereld (klik op de afbeelding om filmpje te starten)

Cumulatief toxisch effect

Zo is wetenschappelijk aangetoond dat imidacoprid in het slootwater niet alleen schadelijk is voor watervlooien en andere kleine waterbeestjes, maar dat het ook een schadelijk effect heeft buiten de sloot op de zangvogels in de omgeving!

In recent ‘slootjesonderzoek’ bleek een andere neonico maar liefst 2400 (!) maal toxischer voor watervlooien dan in het laboratorium. Dan ligt het toch voor de hand om een inschatting te maken van de werkelijke toxiciteit van de in Delfland waargenomen concentraties imidacloprid? En dat moet je dus voor elk aangetroffen bestrijdingsmiddel doen.

En dan is er nog zoiets als het cumulatieve toxische effect: een cocktail van bestrijdingsmiddelen is vaak giftiger dan verwacht op basis van toxiciteit per afzonderlijke stof. Het is dus niet voldoende om alleen te kijken naar de toxicologische norm per bestrijdingsmiddel!

Delfland als waterkwaliteitsbeheerder moet daarom in de jaarlijkse waterkwaliteits-rapportage ook het cumulatief toxisch effect beoordelen van alle bestrijdingsmiddelen samen, wil je goed zicht krijgen hoe de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen in 2027.


Hans Middendorp is waterdeskundige en schrijft blogs op persoonlijke titel.

Hans Middendorp is ook de schrijver van het waterschapsboek: ‘Niet Bang Voor Water? Wat de Waterschappen Voor je Doen!’ (2e druk, 2019).


Geef een reactie