Essay: biodiversiteit door de bril van volksfilosoof Bas Haring

Vorige maand kwam de VN naar buiten met een rapport dat nu één miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. Maar volgens Bas Haring in de Volkskrant “kan de natuur best wat soorten missen”. Haring roept dit soort dingen al een paar jaar. Maar heeft Haring gelijk of is dit gewoon boreale borrelpraat van deze zelfbenoemde volksfilosoof?

Bas Haring heeft Plato en andere filosofen in elk geval niet nodig om de samenhang tussen natuur en biodiversiteit te definiëren. “Als ik naar buiten kijk, vind ik het mooi groen”, zegt Haring.

Boreale filosofie Bas Haring bedreigt biodiversiteit het meest

Tja. Ooit liet iemand mij trots een zelfgenomen foto zien van een vos op de golfbaan met de uitspraak: “als dat geen echte natuur is!”. Terwijl golfbanen gemillimeterd gras hebben en bekend staan om het royale gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen. De vos was vijftig jaar geleden misschien zeldzaam, inmiddels is het beest een plaag in veel delen van Nederland. En deze jonge vos was gewoon opzoek naar een eigen territorium maar op een golfbaan is niet veel eetbaars te vinden.

Bovendien, wat Haring betreft is er helemaal geen sprake van de boreale ondergang van het Avondland. Een heleboel soorten sterven uit, maar er blijven vast voldoende soorten over. En voor ons voedsel hebben we maar een paar soorten nodig, is zijn filosofie.

Bas Haring : Volkskrant
Bas Haring in de Volkskrant

Waardeoordeel

Net als Bas Haring denk ik dat er heel veel soorten van de planeet aarde zullen verdwijnen. Maar anders dan Haring vind ik dat niet iets om luchtig overheen te stappen – ik vind dat zorgelijk.

Haring beweert dat ‘de biologen’ bezig zijn met het opleggen van hun waardeoordeel over biodiversiteit. “Het is niet aan mijn biologenvrienden om te bepalen wat rampzalig is en niet. Daar hebben de fietsers en wandelaars ook een stem in”, zegt Haring in het FD.

Eén miljoen soorten

Hoewel het betoog van Haring lekker weg leest, zijn er toch wel een paar belangrijke tegenwerpingen. Ten eerste: het gaat niet om ‘een paar soorten’. Het VN rapport heeft het over één miljoen soorten, wie kan zich daar een voorstelling bij maken? Er bestaan nog zo’n drieduizend zoogdiersoorten van de negenduizend die er ooit in de afgelopen 65 miljoen jaar zijn geweest, inclusief bijvoorbeeld de mammoet en de holenbeer. En van die drieduizend zoogdieren zijn maar liefst duizend soorten een vleermuissoort.

OK, dat lijken wel een beetje veel vleermuissoorten, maar sommige vleermuizen hebben wel weer een rol als bestuiver. Welke vleermuis kunnen we nou precies missen, Bas? En welke soorten vind jij rommel in de keuken’ zoals jij dat zo mooi filosofisch zei in het FD? En hoe zorg je er dan voor dat juist die ene vleermuis uitsterft en die andere niet? En de filosofische vraag: als dat al zou kunnen, wie mag dat dan bepalen? De fietsers en de wandelaars?

Diversivied Fish
Our Plundered Planet – kunstwerk door Mark Drion (eigen foto)

Ten tweede: biodiversiteit is veel meer dan een optelsom van het aantal soorten. Het gaat vooral om de onderlinge samenhang van die soorten in het voedselweb. Waar Haring aan voorbij gaat, is dat al die onderlinge relaties van soorten in het voedselweb niet 1:1 zijn maar juist complex en met verschillende routes. Er is veel vooruitgang geboekt in de ecologische wetenschap om biodiversiteit inzichtelijk te maken, met complexe wiskundige formules en met ecologische meetlatten. Nee, biodiversiteit-volgens-Haring is echt een enorme versimpeling.

Ook gaat Haring voor het gemak voorbij aan de genetische variatie als belangrijk aspect van de biodiversiteit. Als populaties te klein worden, kan een soort zich minder goed aanpassen aan, om maar wat te noemen, een opwarmend klimaat. Of blijkt gevoelig voor nieuwe ziekten, waardoor er zwaarder moet worden gespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Trouwens, waarom sterven ziekteverwekkers niet als eerste uit, Bas?

En ten derde: soorten sterven niet zomaar uit omdat ze overbodig zouden zijn. Het regenwoud verdwijnt, de koralen sterven, de toendra in Siberië staat in brand – en zo verdwijnen niet ‘een paar soorten’ maar complete ecosystemen. Ecosystemen die ons helpen om de gevolgen van klimaatverandering tenminste te dempen.

Voorbeeld

Zoals elke sportvisser weet: in een viswater met veel brasem vang je waarschijnlijk maar weinig snoek. Ten eerste omdat de snoek de grote brasems niet massaal opeet, maar vooral omdat brasems het water troebel maken door in de bodem te wroeten, en snoeken jagen op zicht. En wat zou er mis gaan als de snoek uitsterft? Haring zou antwoorden dat het voor de voedselproductie geen verschil maakt: dan eet je maar gewoon brasem. Toch?

Toch niet. Het is gewoon grote onzin, de natuur zit veel complexer in elkaar. Als de grote aantallen jonge brasem (1-2-cm) niet bijna allemaal door jonge snoekjes worden opgegeten, dan explodeert het aantal brasems. Voor iedere brasem is er vervolgens minder te eten, dus gaan ze nog harder in de bodem wroeten. Nu raken ook andere vissoorten die gedijen in helder water in de verdrukking, zoals de ruisvoorn. En de ijsvogel die jonge ruisvoorntjes eet, moet ook overschakelen op iets anders. Enzovoorts, enzovoorts.

Komt het dan nooit meer goed, als er soorten uitsterven? Dat is maar hoe je het bekijkt. Andere soorten grijpen natuurlijk hun kans en er ontstaat een nieuw evenwicht. Dat is, zoals Haring stelt, niet intrinsiek beter of slechter. Maar de facto zou het nieuwe ecosysteem weleens minder robuust kunnen zijn, waardoor er vaker plagen optreden. Meer planten en beesten waar je als mens gewoon last van hebt, dus.

Antropoceen

De aarde is beland in het tijdperk van het Antropoceen, de geologische periode die onder invloed staat van de mens. Op de geologische tijdschaal zijn er 5x eerder massale uitstervingen geweest. De bekendste is het uitsterven van de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden door de inslag van een meteoriet in het zuiden van Mexico. Daardoor drong er jarenlang nauwelijks zonlicht door en veranderde het klimaat. Oer-zoogdiertjes ter grootte van een muis overleefden de ecologische ramp wel. Haring zal dit wel als bewijs aanvoeren dat af-en-toe een massale uitstervingsgolf dus best goed is? Want als de dino’s niet waren uitgestorven zou de evolutie naar mensapen en mensen misschien nooit hebben plaatsgevonden.

Alleen, zelfs de grote uitstervingsgolf van de dino’s duurde toch nog enkele tienduizenden jaren. Het is die tijdschaal, waarin sommige planten- en diersoorten door natuurlijke selectie aangepast raakten aan de nieuwe ecologische realiteit. Sinds Darwin weten we dat evolutie niet werkt vanuit een vooropgezet plan, maar door subtiele veranderingen waardoor sommige individuen net iets meer nakomelingen krijgen dan anderen. Waardoor de balans langzaam opschuift richting een nieuwe soort. Over soortvorming zijn trouwens boekenkasten volgeschreven.

Haring gaat echter volledig voorbij aan de tijdschaal waarop nu soorten uitsterven. In de afgelopen vijftig jaar zijn er meer diersoorten uitgestorven dan in de miljoenen jaren voor ons. En er zullen nog een miljoen verschillende soorten uitsterven. Dat zullen ongetwijfeld vooral kwetsbare soorten zijn en soorten die niemand kent. Soorten die volgens Haring in elk geval zeker geen nut hebben voor de voedselproductie.

Maar welke soorten zullen het ‘grote uitsterven’ in het Antropoceen overleven? Dat zijn vooral ecologisch succesvolle soorten zoals kakkerlakken – waarvan gezegd wordt dat ze zelfs een kernbom kunnen overleven! – duizendpoten en bruine ratten en allerlei ander gebroed waar de meeste mensen nou niet met vertedering naar kijken. Zeker niet de fietsers en wandelaars van Bas Haring. Bovendien geeft een massale uitstervingsgolf ruimte aan de evolutie naar bijvoorbeeld reuzenkakkerlakken of supergrote duizendpoten? Je weet maar nooit.

No alt text provided for this image
Biodiversiteit op Sterk Water – kunstwerk door Mark Dion (eigen foto)

Gevaarlijk

Er bestaat een rechts-conservatieve biologische stroming, die benadrukt dat het wel goed komt met de biodiversiteit omdat de aanhangers een geheel nieuwe ecologie ziet ontstaan in de stedelijke omgeving. Vossen en wasberen zijn ’s nachts op straat op zoek naar voedsel, de slechtvalk broedt op het Erasmus Medisch centrum in Rotterdam en overal broeden tegenwoordig meeuwen op platte daken (dat vindt trouwens niet iedereen leuk). ‘De natuur verandert altijd, de natuur is gewoon één grote sterfhuis-constructie, het uitsterven van soorten is normaal en daar hoef je je dus geen zorgen over te maken’, dat is zo ongeveer hun wereldbeeld. Het is een conservatief geloof in de Natuur als een onzichtbare hand die uiteindelijk weer zorgt voor een nieuw evenwicht.

Maar deze denkwijze gaat gepaard met een enorme onverdraagzaamheid richting de ‘linkse Gutmenschen’ en hun vermaledijde NGO’s, die zich wèl druk maken om soorten die uitsterven. Volgens deze stroming zijn organisaties als het WWF en Natuurmonumenten ‘alleen maar bezig met het opstrijken van subsidies zonder dat de natuur daar beter van wordt’. Nou is er best iets te zeggen over het al-dan-niet efficiënt gebruik van gelden voor goede doelen zoals natuurbescherming, maar daar gaat het nu niet over. Haring geeft met zijn boude stelling dat ‘de natuur best wat soorten kan missen’ een podium aan deze nietsontziende onverdraagzaamheid.

Het is bovendien gevaarlijk, omdat dit soort boreale filosofie een plat excuus is om de economie ongebreideld voorrang te geven. “Als al die soorten toch binnenkort uitsterven, kunnen we het regenwoud in Brazilië net zo goed meteen omkappen”. Of: “Laat oliemaatschappijen toch zo veel mogelijk olie oppompen van onder de noordpool, dan kunnen we nog even vooruit”. Of deze: “Waarom zou ik minder vlees eten? Mijn tijd zal het wel duren”.

Het Slijk der Aarde – kunstwerk door Mark Drion (eigen foto)

Een filosoof heeft ook maar een mening

Natuurlijk mag Haring vinden wat hij wil, maar daarmee is wat hij vindt nog niet waar! Want verder dan wat anekdotes komt Haring niet. Hoe erg is het nou als er 350 verschillende soorten vijgenwespen uitsterven, vraagt Haring zich af. Met als ultieme rechtvaardiging: daarmee komt de voedselvoorziening niet in gevaar. Precies, Bas! Ik stel me voor dat ze je in het café voor deze spitsvondigheid uitbundig op de schouders hebben geslagen?

Helemaal bont maakt Haring het als hij de productiviteit van monocultuur in de landbouw bejubelt. Monocultures die vooral succesvol zijn door het grootschalig gebruik van landbouwgif. Terwijl schoorvoetend het besef ontstaat dat er op een meer biologische wijze moet worden geproduceerd in de landbouw, met juist minder bestrijdingsmiddelen.

“Dit gaat niet over biodiversiteit, dit gaat over Bas Haring”

Ook de bestuiving door bijen wordt zwaar onderschat door Haring. Voor de goede orde: het gaat niet alleen om de honingbij zoals Haring lijkt te denken, maar ook om allerlei wilde bijtjes en hommels. Alleen al in Nederland zijn daar naar schatting 300 soorten van. Nu zijn er al nauwelijks genoeg imkers voor alle boomgaarden in Nederland. Laat staan voor alle wilde planten die ook de hulp van insecten nodig hebben. Vlinders en zweefvliegen zijn ook belangrijke wilde bestuivers. Mogen die dan ook blijven, Bas? Vinden de fietsers en wandelaars ook leuk.

Voor Haring is zijn volksfilosofische stellingname een project, blijkt onderaan het artikel in het FD. Iedereen mag meepraten over biodiversiteit, roept hij de lezers op. Maar voor mij is dit project gewoon een provocatief sausje voor succesvolle zelfpromotie.

Hè verdorie, ben ik er nou toch ingetrapt?

Hans Middendorp is zelfbenoemd ‘volksbioloog’

Hans studeerde biologie in Leiden en specialiseerde zich in Aquacultuur in Wageningen. Hans is gepromoveerd in de Toegepaste Landbouwwetenschappen in Gent.

A Display of Species – kunstwerk door Mark Drion (eigen foto)
Hugh Lane Gallery, Dublin


Geef een reactie