Gemeenten gaan van dirigeren naar regisseren…

…extra actueel in tijden van bezuiniging!

Gemeenten willen anders omgaan met de buitenruimte

Gemeenten zijn stukjes Nederland in het klein. Gemeenten voelen zich zowat overal verantwoordelijk voor. Logisch dat gemeenten een heel scala aan taken en verantwoordelijkheden hebben. De druk op de ambtelijke organisatie om op alle gebieden te presteren, kan dan ook hoog oplopen.

Met name in het beheer van de buitenruimte is het de trend om het werk van de buitendiensten over te dragen aan de markt. En met de bezuinigingen als nasleep van de kredietcrisis, kijken juist nú weer veel gemeenten opnieuw kritisch naar hun aantallen medewerkers. ‘Regie’ lijkt dan een toverwoord om bezuinigingen binnen te halen, met de belofte dat het een ‘win-win’ situatie wordt, “want de gemeente houdt natuurlijk de regie!”.

Dirigent of regisseur?

De gemeente als dirigent maakt regeltjes, en doet aan handhaving en dienstverléning. Maar een gemeente in de rol van regisseur luistert naar burgers, instellingen en bedrijven, en stelt zich díenstbaar op. Toch zijn veel ambtelijke organisaties van nature juist geneigd tot dirigeren [1].

Het subtiele verschil tussen een dirigent van een orkest en een regisseur in het theater, is dat de dirigent er gewoon voor moet zorgen dat iedereen in dezelfde maat speelt en zich vooral strak aan de noten op het blad houdt. De regisseur, daarentegen, heeft alleen een visie op basis van een script; maar alle acteurs, decorbouwers, en mensen van het licht & geluid hebben ook een duidelijke inbreng in de uiteindelijke voorstelling.

Kanteling in de gemeentelijke organisatie

Natuurlijk zijn er dingen die gewoon moeten gebeuren, waarvan de burger alleen maar wil dat het goed wordt geregeld. Straten schoon, gras gemaaid, dat zijn zaken waar je de burgers niet mee moet vermoeien. Maar er zijn ook aspecten van de buitenruimte, waar burgers wél een mening over hebben. Hoe schoon moet de straat nu eigenlijk zijn, waar kun je bijv. graffiti toestaan? Hoe vaak moet het gras nu eigenlijk worden gemaaid? Waar komt een bankje en waar een wipkip? En mogen bewoners stukjes openbaar groen naar eigen smaak verzorgen? Dat soort vragen.

De kanteling naar een ‘regisserende gemeente’ laat zich nog het best beschrijven als een verandering van een dienstverlénende gemeente naar een díenende gemeente. Een gemeente die door burgers, instellingen en ondernemingen wordt gewaardeerd om het respect dat men voor elkaar heeft als onderdeel van de gemeenschap. Een gemeente, die geliefd is om de uitstraling van haar buitenruimte. En een gemeente, die uitblinkt om de dienstbare opstelling van de ambtenaren, zichtbaar en effectief [2].

Regie is zowel intern- als extern

‘Gemeentelijke regie in de fysieke leefomgeving’ gaat over twee dingen. Intern over het verbeteren van de doelmatigheid en efficiëntie, door het uitbesteden van werk en ambtenaren aan marktpartijen. En extern gaat het over het verbeteren van de interactie met de burgers, om diensten te leveren op de manier waarop de burgers er om vragen!

De trend is om de werkzaamheden van bijv. de buitendienst of de groenvoorziening over te dragen aan de markt. Door gebruikmaking van marktpartijen, kunnen gemeenten kosten besparen. De gemeente moet haar plaats in de keten bepalen, en ‘de regie nemen’.

Hoe voorkóm je nu dat ‘regie’ als excuus wordt gebruikt voor uitbesteden van werk en afstoten van mensen? Hoe voorkóm je dat het dienende karakter van de gemeente en de inbreng van burgers, bedrijven en instellingen, uit het oog wordt verloren? Met andere woorden: hoe kantel je de organisatie naar regie, zonder het contact met alle betrokkenen te verliezen?

Een regisserende gemeente word je niet zó maar!

De kunst is natuurlijk om met minder ambtenaren toch alert te reageren op signalen van de burgers en ondernemingen, en daar met maatwerk op in te spelen. De ideale gemeentelijke regisseur coördineert enerzijds de werkzaamheden van het wijkteam, en is anderzijds verantwoordelijk voor de aanbesteding van grotere klussen en het toezicht daarop.

Voor de volledigheid: er zijn ook geluiden om juist de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een gemeente vorm te geven middels de gemeentelijke buitendienst: denk aan werkplekken voor de sociale werkplaats, maatschappelijke stages voor scholieren, en begeleidingsplaatsen van bureau HALT. Zo’n sociale doelstelling vraagt dan wel om extra begeleiding en extra budget, en staat haaks op het streven naar een kleiner en goedkoper ambtenarenapparaat.

Op een goede wijze ‘gemeentelijke regie’ voeren, vraagt om een heel ander gemeentelijk apparaat dan er nu vaak op het gemeentehuis zit: een kleine organisatie met korte lijnen, met goed opgeleide- en ervaren medewerkers. Ambtenaren die goed kunnen schakelen, en voldoende technische basiskennis hebben. Een ambtelijke organisatie die niet opziet tegen het spel van aanbesteden en toezicht op de marktpartijen, en een organisatie die burgers niet lastig vindt[3].

Referenties

[1] De regisserende gemeente. Van Mourik, 2005
[2] De dienende gemeente. Post-Dijkstra en Blank, 2009.
[3] Gemeente kan niet meer regisseren. Bouwmans. Binnenlands Bestuur, maart 2009.
.


One Comments

  • geertheiminge

    5 februari 2010

    Goed artikel. Hoop dat bezuinigen niet de drijfveer is of blijft bij gemeenten. Ik hoop dat we eindelijk gaan snappen dat we het niet meer redden "op de macht" maar dat we het maatschappelijk middenveld en onze inwoners hard nodig hebben om iets te realiseren in de openbare ruimte. Zowel in grijs en groen als in maatschappelijke zin.

    Paul Frissen roept al jaren dat we eindelijk als overheid eens moeten snappen dat we er veel minder toe doen dan het maatschappelijk middenveld. Regie past ons dan ook veel beter dan macht. Alleen is macht nog zoveel gemakkelijker dan regie.

    Reply

Geef een reactie