Nederland moet de intrek van glasaal hoog op EU-agenda zetten

Eén glasaal maakt nog geen zomer

De intrek van glasaal in Nederland is al decennia laag en varieert tussen de 1,2 – 8,4 procent van de gemiddelde Europese intrek in de periode 1960-1980. Het percentage vrouwtjes is wel iets toegenomen, want bij lage dichtheden ontwikkelen baby-palinkjes zich vaker tot vrouwtjes. Dat verklaart ook weer de toename van de gemiddelde lengte en gewicht van de aal in de vangsten op het IJsselmeer, want alleen vrouwtjes groeien uit tot grote schieralen terwijl de mannetjes klein blijven.

Sinds het begin van het Aalherstelplan in 2009 en de Kaderrichtlijn Water (KRW), worden stap-voor-stap de barrières voor trekvissen zoals aal, stekelbaars en bot, vispasseerbaar gemaakt. Ook de intrek van de glasaal krijgt steeds meer aandacht. Vrijwilligers van Ravon monitoren elk jaar de intrek.

2018 goed jaar voor glasaal

Vooral van de kant van de beroepsvisserij wordt de laatste jaren weer een kleine toename in de intrek van glasaal gemeld. Ook over 2018 meldt RAVON meer glasaal dan in 2017. Een goede verklaring is er nog niet, want het gaat het niet plotseling veel beter met de paling in Europa. En vergis je niet – de hoeveelheid glasaaltjes is nog steeds slechts een fractie van wat het ooit was. Natuurlijke factoren zoals temperatuur, stroming en voedsel zowel in de Sargassozee als ook onderweg naar Europa veroorzaken een grote jaarlijkse variatie in de aantallen glasaaltjes.

Ook bereiken lang niet alle glasaaltjes die vanuit de Sargassozee naar de kusten van West-Europa drijven, het binnenwater waar ze kunnen opgroeien tot volwassen paling. Een heel groot deel van alle glasaaltjes wordt legaal weggevangen voor de kust van Frankrijk. Die glasaaltjes worden gebruikt om in palingkwekerijen verder uit te laten groeien om later te roken. Nederlandse paling komt al voor 90% uit de opkweek van wilde glasaal.

Op basis van een EU-verordening moet wél twee derde deel van het quotum dat glasaalvissers mogen vangen, worden gebruikt voor herbevolking van Europese binnenwateren. In Nederland gaat dat jaarlijks om vele miljoenen glasaaltjes. Zo draagt de palingsector bij aan het instandhouden van de aalstand. Maar erg duurzaam is dat vangen en uitzetten van glasaal en later weer terugvangen als vette schieraal natuurlijk niet.

Ook worden in bijvoorbeeld Baskenland jonge baby-aaltjes (net iets groter dan glasaaltjes) nog gegeten als delicatesse.

Illegale export van glasaal

Naast het legale quotum van 30 ton glasaal dat jaarlijks – helaas! – mag worden gevangen, verdwijnen er illegaal nog veel grotere hoeveelheden naar Japan en China. Zo is onder aanvoering van Eurojust in 2017 een bende opgerold die voor recordbedragen illegale glasaalexport verzorgde richting het verre oosten. Want de smokkel van glasaal is zéér lucratief, tot wel 1000 euro per kg (1 kg = ca. 3500 glasaaltjes). Daarmee is illegale handel in glasaal lucratiever dan wapensmokkel!

Volgens de Sustainable Eel Group zijn er van de 140 miljoen glasaaltjes die in 2018 zijn gerapporteerd aan de Franse autoriteiten slechts 30 miljoen verkocht aan EU-landen: ‘the rest has vanished’.  En de krant The Times berichtte op 5 mei 2018 dat er in de wintermaanden 2017/2018 in totaal 100 ton aan glasaaltjes is gesmokkeld vanuit Frankrijk, Spanje en Portugal. Omgerekend zijn dat 350 MILJOEN glasaaltjes!

Glasaal in Nederland

Voor een structurele verbetering van de palingstand op het IJsselmeer en de rest van Nederland is het gewoon noodzakelijk dat veel meer glasaaltjes dan nu jaarlijks onze binnenwateren weten te bereiken. RAVON moet natuurlijk doorgaan met het monitoren van de intrek van glasaal, maar zolang de meeste glasaaltjes niet voorbij Bretagne komen, blijft het dweilen met de kraan open.

1. Nederland moet op EU-niveau de bestrijding van de illegale handel in glasaal een veel hogere prioriteit geven. En ook moet de EU onze handelspartners China en Japan rechtstreeks aanspreken om aan hun kant mee te werken aan een oplossing voor de illegale handel in glasaal.

Tweede probleem is dat ook veel glasaaltjes niet voorbij obstakels als stuwen en gemalen komen om het zoete water binnen te zwemmen. Die glasaaltjes gaan dan na een tijdje gewoon dood, wat natuurlijk zonde is. Om hoeveel glasaaltjes het gaat, weten we niet, maar het is wel duidelijk dat er nog heel veel sluizen, stuwen en gemalen niet of niet voldoende ‘vispasseerbaar’ zijn voor glasaal.

2. Het vispasseerbaar maken van obstakels is een verplichting van alle EU-landen, dus ook voor Nederland. Van de 5000 blokkades voor vismigratie in Nederland zijn er nu 700 aangepast met een vispassage of visvriendelijke pompen. Het schiet dus nog niet erg op. Waterschappen en Rijkswaterstaat moeten ruimhartig invulling geven aan de EU-verplichting.

Een belangrijke verbetering van de intrek van glasaal in het IJsselmeer wordt verwacht van de vismigratierivier door de Afsluitdijk, die in 2022 in gebruik moet komen.

Een korte versie van dit blog is gepubliceerd op de website van H2O

 


Geef een reactie