Meer zoetwater voor het Groene Hart met zeesluis in Nieuwe Waterweg

Langs de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal en op de Zeeuwse- en Zuidhollandse eilanden is er al sprake van verzilting, doordat de rivieren niet voldoende zoet water afvoeren om het indringende zeewater naar buiten te spoelen. Sinds half augustus is er in het stroomgebied van de Rijn vanuit Duitsland geen neerslag van betekenis meer gevallen.

Voldoende aanvoer van zoetwater van levensbelang voor veenweidegebied in Groene hart

De waterstand in de grote rivieren is al ruim honderd dagen laag voor de tijd van het jaar, de langste periode sinds 1976! Vooral het innamepunt voor zoetwater bij Gouda is cruciaal voor het Groene Hart. Bij gebrek aan water droogt het veen uit en verpulvert het, met bodemdaling tot gevolg. Vanuit Gouda wordt het veenweidegebied in het Groene Hart nat gehouden en wordt de Haarlemmermeer doorgespoeld om de zoute kwel kwijt te raken.

Zoute kwel komt naar boven door de bodem van een sloot (foto: akkerranden.nl)

Bij lage waterafvoer vanuit de Grote Rivieren kan de zouttong vanuit de Nieuwe Waterweg tot voorbij Gouda binnendringen met als gevolg dat het innamepunt moet worden gesloten.  De bestaande Kleinschalige Wateraanvoer (KWA) wordt weliswaar vergroot maar heeft naar verwachting rond 2050 alweer onvoldoende capaciteit. Volgens het Deltaprogramma zal er steeds vaker extra zoet water van het Amsterdam-Rijnkanaal naar het Groene Hart moeten worden aangevoerd.

Plan Sluizen biedt waterveiligheid voor de Drechtsteden, extra zoetwater voor het Groene Hart en de Zeeuwse Delta en een natuurlijk milieu in de Oosterschelde

Het Plan Sluizen voorziet in de aanleg van een zeesluis in de Nieuwe Waterweg en is primair bedoeld voor de bescherming van de Drechtsteden tegen hoogwater. En met als belangrijk tweede doel om het zoete rivierwater in tijden van nationale schaarste veel beter te benutten. Momenteel stroomt de helft van al het water dat bij Lobith ons land binnenkomt er bij Hoek van Holland gewoon weer uit. Alleen met een zeesluis kan het zoetwater naar de Zeeuwse delta worden gestuurd en kan worden voorkomen dat in droge perioden de zouttong voorbij Vlaardingen komt.

Bovendien is met Plan Sluizen de verzilting van het Volkerak niet nodig en wordt de Oosterschelde minder zout, dus weer gewoon brak zoals het hoort en goed voor de natuur. Extra toevoer van zoetwater naar de Zuidwestelijke Delta biedt ook nieuwe kansen voor ecologisch herstel van Volkerak en Haringvliet. Dat betekent dat bijvoorbeeld de Haringvlietsluizen vaker open zouden kunnen, wat weer meer kansen biedt voor trekvis als zalm en steur. De half-open Oosterschelde wordt dan een natuurlijke vismigratierivier, zoals nu voor veel geld wordt aangelegd in de Afsluitdijk.

Mijn advies aan de minsister van I&M: Plan Sluizen niet doorschuiven naar de verre toekomst!

Het Plan van de Natuurorganisaties is natuurlijk een veel minder omvattende oplossing dan het Plan Sluizen. Het biedt alleen een oplossing voor het regionale zoetwaterprobleem. Daar staat tegenover dat het waarschijnlijk veel sneller kan worden uitgevoerd dan het Plan Sluizen. Zeker als de minister aan de Tweede Kamer zou adviseren om nog twintig jaar of langer te wachten met het Plan Sluizen, kan althans het risico van het indringen van zoutwater tot bij het innamepunt bij Gouda worden afgedekt.

Het zou jammer zijn als de minister alleen uit kostenoverwegingen zou kiezen voor de regionale oplossing van Hollandsche IJssel en Kromme Rijn en daarbij de brede maatschappelijke baten van het Plan Sluizen uit het oog verliest. Omgekeerd, wanneer de Tweede Kamer éénmaal akkoord is met een nieuwe zeesluis zou bekeken moeten worden of het Plan van de Natuurorganisaties nog veel extra robuustheid toevoegt.


Leave a Reply