Voorstellen nieuwe waterschapsbelasting leiden tot hogere lasten voor burgers

Moderniseren van de waterschapsbelasting

De waterschappen buigen zich al twee jaar over een verbetering van de methodiek voor het heffen van de waterschapslasten. De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen presenteerde haar tussenrapport in januari 2018. Hans Middendorp was er bij en geeft een eerste impressie.

Lees  ook: ‘Burgers betalen meer waterschapsbelasting’

In de voorgestelde aanpassingen van de watersysteemheffing zouden de burgers 80% van de waterschapslasten voor natuurterreinen moeten betalen. En door toepassing van het profijt-beginsel bij de zuiverings-heffing zullen bedrijven straks minder betalen en burgers (en boeren) daardoor juist méér. Ook zal de zuiveringsheffing voor boeren flink worden verhoogd als alle plannen doorgaan.

Hetty Klavers, voorzitter van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (eigen foto)

Waarom de waterschapsbelastingen aanpassen?

Globaal besteden de waterschappen de ene helft van hun begroting aan het watersysteem: kanalen, gemalen en dijken. En de andere helft aan de zuivering van het afvalwater. De tarieven om de begroting te dekken, worden jaarlijks vastgesteld door het Algemeen Bestuur van elk waterschap.

De Oeso heeft in 2014 gezegd dat de huidige systematiek op de lange termijn niet houdbaar is. Inderdaad zitten er nogal wat onlogische kantjes aan het huidige systeem van waterschaps-belastingen. Dat komt vooral door het feit dat er drie totaal verschillende belastingcategorieën zijn, die elk op een andere grondslag worden belast: Burgers (Ingezetenen), Bedrijven, kantoren en instellingen (Gebouwd) en Boeren (Ongebouwd). Natuur als vierde belastingcategorie betaalt in het huidige stelsel vrijwel niets.

Tussenrapport van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB)

Zuiveringsheffing

Voor de Zuiveringsheffing wordt voorgesteld om de grondslag voor bedrijven niet meer te baseren op het Chemisch Zuurstof Verbruik (CZV) van het geloosde afvalwater, maar om Total Organic Carbon (TOC) te gebruiken als maat voor de vuillast. Ook wordt de hoeveelheid afvalwater nu meegenomen in de tariefsberekening. Wat echter ontbreekt is de toxiciteit! Een lozing van bijvoorbeeld zout kwelwater bevat géén organische koolstof, en wordt dus nauwelijks belast. En zo zijn er nog wel meer schadelijke stoffen te bedenken!

Door toepassing van het profijtbeginsel bij de zuiveringsheffing gaat de categorie Bedrijven minder betalen en Burgers juist méér. Dat is toch niet: ‘de vervuiler betaalt’?

De voorstellen om de systematiek te vereenvoudigen voor het bepalen van de zuiveringsheffing van middelgrote bedrijven en de herijking van de afvalwatercoëfficiënten zijn op zich consequent en goed uitlegbaar. Onbedoeld neveneffect is wel dat het totale bedrag aan zuiveringsheffing per bedrijf meestal veel lager uit zal vallen dan nu! Terwijl het uitgangspunt toch was dat ‘de vervuiler betaalt’? Met name bedrijven die maar licht verontreinigen gaan straks minder betalen, zoals ‘de kantoren aan de Zuidas’.

Para 8.2.9 uit rapport CAB

Toch géén onderscheid tussen 1, 2 en 3+ huishoudens

Burgers hebben geen begrip voor het huidige systeem waarbij 2- en meerpersoonshuishoudens dezelfde zuiveringsheffing betalen. Van alle kanten was daarom aangedrongen om de zuiveringsheffing voor de categorie Burgers te baseren op het aantal bewoners per huis, zoals dat is geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie. Volgens de belastingkantoren zou dat echter een enorme hoeveelheid extra werk met zich meebrengen.

Mijn compromisvoorstel is om alleen de volwassenen per huishouden te tellen (kinderen gratis!) en om dan onderscheid te maken tussen 1, 2 en 3+ persoonshuishoudens (drie of meer volwassenen). In geld zal het weinig uitmaken voor de verschillende huishoudens, maar voor het draagvlak bij de inwoners van Nederland maakt het wel een groot verschil.

Financiële ruimte voor afkoppelen van hemelwater

Het CAB-rapport bevat ook een gedurfd en toekomstgericht voorstel om het afkoppelen van hemelwater te betalen via de zuiveringsheffing. Volgens de Commissie Aanpassing Belastingstelsel is door afkoppeling in brede zin een besparing van 36% (!) op de kosten van waterzuivering haalbaar. Bij een opslag van 1% zou dat jaarlijks 13 miljoen opleveren voor alle 21 waterschappen samen. Dat is natuurlijk nog niet erg veel geld, een opslag van 5% zou iets meer zoden aan de dijk zetten. Want pas met zo’n forse opslag krijgt de transitie naar klimaat & water-robuuste dorpen en wijken echt een flinke impuls!

Watersysteemheffing

Voor de Watersysteemheffing wordt voorgesteld om per waterschap aparte afspraken te maken (‘gebiedsmodel’). De kostenbijdrage van alle burgers samen wordt net als nu bepaald op basis van een staffel, waarbij in waterschappen met veel inwoners, die inwoners samen ook een groter deel van de watersysteemheffing moeten opbrengen. Wel wordt de bandbreedte om af te wijken van de staffel groter: die is nu nog 10% maar wordt 20%. Nieuw is dat ook de categorie Boeren een staffel krijgt, ook met een bandbreedte van 20%. Nadat het Algemeen Bestuur heeft bepaald hoeveel procent de categorieën Burgers en Boeren elk gaan bijdragen, blijft over hoeveel de categorie Bedrijven moet betalen.

De hogere bandbreedtes zullen – naar mijn mening – in de praktijk gebruikt worden om de tarieven te ‘corrigeren’. Het kwam in het verleden wel voor dat de tarieven voor de categorie Burgers maximaal werden verhoogd om zo de categorie Boeren te ontzien. Met alle politieke spanning die dat gaat geven in het Algemeen Bestuur!

De categorie Bedrijven zou evenveel moeten bijdragen in de watersteemheffing als de categorie Burgers, gezien de grote economische belangen bij ‘droge voeten’

Uit rekenvoorbeelden blijkt het nieuwe stelsel ook te leiden tot een lagere watersysteemheffing voor de categorie Bedrijven. Ik vind het niet uitlegbaar dat in de meeste waterschappen de categorie Burgers veel méér betalen dan de categorie Bedrijven. Waar veel mensen wonen, zijn veel bedrijven – en omgekeerd. ‘Droge Voeten’ zijn een groot economisch belang. De waarde van bedrijfsgebouwen en fabrieken is enorm, en het is niet meer dan redelijk dan dat de bedrijven evenredig bijdragen aan veilige dijken en droge voeten. Dit moet resulteren in een lagere watersysteemheffing per huishouden.

Para 8.5.1 rapport CAB

Burgers draaien op voor de kosten van de natuurterreinen

In de huidige watersysteemheffing betaalt de belastingcategorie Natuur soms wel 30x minder per hectare dan de categorie Boeren. Het CAB-voorstel om voortaan 1 ha natuur voor hetzelfde bedrag te belasten als 1 ha landbouwgrond is positief. Het gaat immers om de kosten voor het waterbeheer (bijv. het nat-houden van natuurgebieden), niet om de vraag wat de waarde van Natuur is. Opvallend genoeg wordt vervolgens voorgesteld om 80% van de water-systeemheffing op Natuur feitelijk te laten betalen door de categorie Burgers. Hoe verzin je het?

Het voorstel om de categorie Burgers naast de eigen watersysteemheffing ook 80% van de watersysteemheffing op natuurterreinen te laten betalen is natuurlijk absurd

Primair ligt de verantwoordelijkheid voor Natuur bij de terreinbeherende organisaties zoals Staats-bosbeheer, Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen. Sinds een aantal jaren is het natuurbeleid inclusief subsidies op natuur gedecentraliseerd van het rijk naar de provincies. Het ligt daarom voor de hand om het aan de provincies over te laten of zij de terreinbeheerders willen compenseren. Het waterschap heeft daar geen rol in.

Boeren gaan betalen voor verontreiniging uit mest

Veruit de grootste lozingen van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater komen uit de landbouw, de afvalwaterzuiveringen en de riooloverstorten. Voorgesteld wordt om deze drie sectoren te gaan belasten. Voor de gemeenten gaat het om kleine bedragen en de waterschappen moeten dan belasting betalen aan zichzelf. Andere grote diffuse vervuilers zoals rijkswegen worden nog steeds niet belast.

Het meest heikele voorstel uit het hele CAB-rapport is het voorstel is om ook de diffuse uitstoot uit de landbouw te gaan belasten. Voorop gesteld: de landbouw is verreweg de grootste vervuiler van het oppervlaktewater met fosfaat en nitraat. Weliswaar is de emissie in kg tussen 1990 en 2014  afgenomen, maar die afname is lang niet zo sterk als in andere sectoren. Vanuit het uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’, zou het redelijk zijn om de fosfaat en nitraat die via het boerenbedrijf in het oppervlaktewater komen, te belasten. Echter, het is ondoenlijk om per bedrijf de hoeveelheden P en N op betrouwbare wijze in kaart te brengen. Op basis van wetenschappelijk advies uit Wageningen zou de afspoeling van fosfaat en nitraat uit landbouwgrond overeenkomen met gemiddeld twee vervuilings-eenheden per hectare.

Het CAB-voorstel is om de categorie Boeren integraal aan te slaan voor één vervuilingseenheid per hectare, als een soort compromis. Voor de boeren betekent dat een forse lastenverzwaring! Landelijk voor alle boeren samen komt dit neer op 115 miljoen euro. Bijkomend bezwaar tegen deze vlaktaks is dat het de boeren niet stimuleert om over te stappen naar een methode waarbij er minder fosfaat en nitraat in het oppervlaktewater terecht komen.

Hoe gaat het nu verder?

De Commissie Aanpassing Belastingstelsel heeft een boel werk verzet en ook een zorgvuldig proces doorlopen met alle stakeholders en betrokkenen.  Waarvoor lof! Het concept rapport bevat een groot aantal gedetailleerde voorstellen. Nu de consultatiefase is afgerond, gaat de CAB alle opmerkingen en aanvullingen beoordelen en verwerken in het definitieve rapport (maart 2018). En dan moet de Unie van Waterschappen het rapport officieel vaststellen (eind juni 2018). Als de minister de voorstellen overneemt, kan het wetgevingstraject van start. De nieuwe waterschapsbelasting zou dan op z’n vroegst kunnen ingaan op 1 januari 2021.

Naschrift 27 feb. 2018: Het concept-eindrapport van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel leverde veel waardering op, maar ook kritiek. Met die kritiekpunten wil de CAB natuurlijk aan de slag. Hierbij gaan kwaliteit en zorgvuldigheid boven snelheid. Dat betekent dat de presentatie van de eindvoorstellen van de CAB aan het bestuur van de Unie van Waterschappen wordt uitgesteld naar 1 juni 2018. De definitieve besluitvorming over de voorstellen gaat nu plaatsvinden in de ledenvergadering van de Unie op 12 oktober 2018. 


Leave a Reply