Integrale aanpak van alle overlastgevende dieren langs de waterkant

Nederland krijgt steeds meer te maken met overlastgevende dieren langs dijken en watergangen. ‘Graafdieren’ worden ze genoemd: muskusrat (watercavia), beverrat en sinds kort ook de bever. Verder konijnen, mollen en rode rivierkreeftjes. Voor een integrale aanpak om graafschade te beperken ligt het voor de hand om het takenpakket van de muskusrattenvangers uit te breiden tot faunabeheerder (‘waterboswachter’).

Droge voeten is kerntaak van de waterschappen

Waterschappen hebben als kerntaak de zorg voor de dijken en het waterbeheer van alle sloten en vaarten in Nederland. Sommige nieuwe soorten veroorzaken problemen, zoals de muskusrat en de beverrat die in dijken graven. Meestal ontstaat er – na verloop van jaren – een nieuw biologisch evenwicht waardoor exoten minder kans krijgen om een plaag te worden.

Bijvoorbeeld de driehoeksmossel kwam driehonderd jaar geleden naar Nederland en is nu volledig ingeburgerd zonder nog overlast te veroorzaken. Zijn neefje de quagga-mossel die pas twintig jaar geleden ons land binnenkwam, verspreidt zich echter razendsnel, die is nog een echte woekeraar. Maar in het dagelijks beheer van het watersysteem kun je niet honderd jaar wachten op een nieuw biologisch evenwicht, dan moet je nu ingrijpen!

Bever terug van weggeweest

Formeel is de bever geen exoot maar een beschermde diersoort. De laatste Nederlandse bever werd in 1825 met een roeispaan doodgeslagen. Pas in de jaren ’90 is de bever opnieuw uitgezet. Zonder natuurlijke vijanden groeit het aantal bevers snel en in Limburg spreken ze al over ‘probleembevers‘ vanwege de schade die ze veroorzaken. Bevers worden een meter groot (zonder staart), dus dan kun je je wel voorstellen hoe groot een beverhol is. De bever is met zijn graverij beslist een overlastgevende soort.

Na het ongeluk met de stuw bij Grave, waardoor het waterpeil extreem laag kwam te staan, werden er maar liefst acht grote bevergaten aangetroffen in de dijk van de Maas. Ook in Brabant heeft het waterschap al beverholen dicht moeten maken.

Exoten grote uitdaging voor provincies en waterschappen

De EU heeft onlangs de lijst met exoten verder uitgebreid. De lidstaten zijn verplicht om – uiterlijk! – in 2018 bestrijdingsplannen per soort op te stellen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de exoten-bestrijding, maar die hebben geen mensen in het veld om die bestrijdingsplannen uit te voeren. Volgens de EU zou elke exoot met wortel en tak moeten worden uitgeroeid.

Het wordt een grote uitdaging voor de provincies om van al die losse bestrijdings-plannen één integrale beheersaanpak te maken. En om daarin zowel exoten als andere overlastgevende soorten in mee te nemen.

Integraal beheer van overlast-gevende soorten gaat wel een stapje verder dan alleen ‘doden’. Integraal beheer gaat over alle maatregelen om graafschade te voorkomen door preventieve maatregelen. Want sommige exoten raken we nooit meer helemaal kwijt, en dan wordt het beperken van de overlast het belangrijkste doel.
En dat vraagt om ervaren medewerkers in het veld, met een brede kennis van de natuur.

Integraal beheer overlastgevende dieren

De waterschappen hebben een aantal jaren geleden de Muskusratten-bestrijdingsdienst overgenomen van de provincies.  De muskusrattenvangers houden nu nog alleen de muskusrat en de beverrat in de gaten. Wekelijks lopen zij langs duizenden kilometers watergang. Wat ligt er dan méér voor de hand dan om de muskusrattenvangers breed in te zetten als waterboswachter? Naast de muskusrat en de beverrat vraagt de bever om aandacht. Rode rivierkreeftjes graven ook gaten. Zelfs mollen en konijnen graven gaten in dijken. En ook waterplanten zoals de waternavel veroorzaken problemen, doordat ze watergangen verstoppen waardoor het water niet snel genoeg weggepompt kan worden. Die woekerplanten kunnen de muskusrattenvangers dus meteen melden, als ze die tegenkomen op hun inspectierondes.

Kortom, er is genoeg te doen. Nederland is géén wildernis en overlastgevende soorten moeten integraal worden beheerd, zodat onze waterveiligheid niet in het geding komt! Natuurlijk gaat zo’n taakuitbreiding van Muskusrattenbestrijding naar integraal beheer van alle overlastgevende soorten niet vanzelf, daar is extra geld en menskracht voor nodig. Maar de waterschappen en de provincies hebben hier een groot gezamenlijk belang, dus daar moeten ze wel een oplossing voor kunnen vinden?

Vond je dit blog interessant? Klik hier voor de uitgebreide versie!



2 Comments

  • Hans Middendorp

    31 augustus 2017

    Beste Ruud Tas,

    Dit schreef ik in augustus 2016: ,,De nieuwe EU-regels tegen het verspreiden van exoten zoals waternavel, beverrat en rode rivierkreeft zijn op zich verstandig", zegt Hans Middendorp, vice-voorzitter van de Algemene Waterschapspartij en visserijbioloog. ,,Maar er zijn al zo véél rode kreeftjes in Nederland Waterland, dat we in ons land de natuurschade alleen nog kunnen beperken door zoveel mogelijk kreeftjes weg te vangen. Bovendien zijn de kreeftjes een kans voor de beroepsvisserij nu de paling steeds zeldzamer wordt."

    https://www.algemenewaterschapspartij.nl/nieuws/beroepsvissers-vang-meer-rivierkreeftjesen-minder-paling

  • Ruud Tas

    30 augustus 2017

    Geachte heer Middendorp, wat is uw visie m.b.t. de Rode Amerikaanse Rivierkreeft? Wat gebeurd er met deze beestjes als zij gevangen zijn door de muskusrattenvangers? Destructie? Terwijl je ze aan de andere kant zelfs importeert uit Azië. Dat zou echt zonde van het geld zijn.
    Daarnaast is het inderdaad niet realistisch om te denken dat de Uitheemse Rivierkreeft uitgeroeid kan worden.

    Het lijkt mij beter als beroepsvissers hier (meer) werk van gaan maken. Wellicht in combinatie met uitzet van roofvis zoals Snoek en Baars. Hiermee wordt nieuwe aanwas afgeremd en worden de oudere exemplaren weggevangen. Hopelijk krijg je de populaties dan op een beheersbaar niveau. Deze aanpak kost de belastingbetaler niets.

    Zelf ben ik als startende beroepsvisser bezig met het verkrijgen van visrechten bij o.a. waterschap Rijnland maar krijg geen enkele medewerking. Terwijl dit het waterschap nog wat oplevert ook. Daarbij heb ik specifiek om de rechten op schaal en schelpdieren gevraagd. Ik wil mij hiermee afzijdig houden van de discussie rond de palingstand.

    Hoeveel extra (belasting)geld en menskracht is er nodig denkt u? Zelf denk ik heel erg veel geld! Houd dit geld op zak en gun het de beroepsvissers!

Geef een reactie