Gaat het nu wel of niet goed met de paling?

Terwijl natuurbeschermers beweren dat paling in Nederland met uitsterven wordt bedreigd, houden palingvissers vol dat het eindelijk weer beter gaat met hun broodwinning. Voor aalherstel is de rol van de waterschappen cruciaal.

Waterschappen hebben sleutelrol voor herstel van de aal in Nederland

8 maart 2017 – “Het gaat weer goed met de paling” schreef het AD op 28 februari.  “Waren palingen maar aaibaar en niet zo lekker”, was de vernietigende repliek van Jan Terlouw, voorzitter van de projectgroep Aalherstel in het AD van 3 maart. De projectgroep Aalherstel bestaat uit Sportvisserij Nederland, Greenpeace, Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, RAVON, Good Fish Foundation en de Unie van Waterschappen.

De palingsector houdt vast aan haar eigen strategie voor aalherstel en vindt dat het vanaf 2015 juist beter gaat met de aal in Nederland. De palingsector ligt al jaren overhoop met de projectgroep Aalherstel. Inderdaad lijkt het de afgelopen twee jaar op sommige plekken een ‘ietsje-pietsje beter’ te gaan met de paling, maar nog altijd dramatisch veel slechter dan 20-30 jaar geleden.

De huidige aantallen glasaaltjes (baby-palingen) die in het voorjaar vanuit zee het zoetwater binnen zwemmen, zijn historisch laag. De palingvangst neemt wel weer toe, maar dat is kunstmatig omdat er op grote schaal glasaaltjes worden uitgezet in het IJsselmeer en op de Grevelingen.

Schieraal moet wel naar de Sargassozee kunnen…

De levenscyclus van aal lijkt nog het meest op die van de zalm, maar dan omgekeerd!  Paling wordt geboren als glasaal in de Sargassozee. De jonge glasaaltjes drijven in twee jaar tijd mee met de zeestroming naar de Europese kusten. Het kleine glasaaltje verandert na binnenkomst in zoetwater in een kleine paling. Na zo’n tien jaar in het zoete water wordt de paling volwassen en wil als schieraal terug naar de Sargassozee om zich daar voort te planten, en sterft dan. Aal paait dus maar één keer.

De grote schieralen zijn trouwens altijd vrouwtjes. Iedere gevangen grote schieraal is dus één moederpaling minder richting Sargassozee en dat betekent: minder glasaaltjes die jaarlijks terug naar Europa drijven. De palingvissers weten dit zelf ook wel, want jaarlijks zetten ze een hoeveelheid schieraal ‘over de dijk‘. En dat zou niet nodig zijn als je écht van mening bent dat ‘het goed gaat met de paling’.

De aal staat op de Rode Lijst van IUCN en is in Nederland dus bedreigd. Vangen voor consumptie is wel toegestaan, mits er sprake is van goed beheer en herstel van de aalstand.

Herstel van de aal steunt op drie pijlers

  1. Niet vangen: elke schieraal moet vanuit de polder de Noordzee kunnen bereiken en dan door naar de Sargassozee om te paaien. Om de schieralen te beschermen, is het vangstseizoen gesloten van september tot november. Eigenlijk zou er een volledig moratorium op de aalvangst moeten worden afgesproken voor bijvoorbeeld een periode van tien jaar.
  2. Niet verhakselen: pompen in gemalen en turbines bij energiecentrales waren vroeger effectieve vishakselaars. De transitie om gemalen en sluizen vispasseerbaar te maken is al ver gevorderd in Nederland. Inmiddels zijn vrijwel overal visvriendelijke pompen geplaatst, waar 98% van de vis levend doorheen komt. Dat heeft veel belastinggeld gekost (en nog steeds!) en daarom is het op z’n zachtst gezegd ‘vreemd‘ om dan de schieraal – vlak voor haar reis over de Atlantische oceaan – weg te vangen voor consumptie.
  3. Niet tegenhouden: glasaaltjes die na twee jaar naar onze kusten drijven, moeten het zoete water in kunnen zwemmen want anders gaan ze dood en ‘is alles voor niets geweest’. De waterschappen langs de Noordzeekust, langs de monding van de Grote Rivieren en langs de Waddenkust hebben inmiddels al een aantal voorzieningen getroffen om ervoor te zorgen dat glasaal naar binnen kan zwemmen.

Waterschappen kunnen de paling helpen!

Als beheerders van de gemalen en sluizen in Nederland hebben de waterschappen en Rijkswaterstaat een cruciale rol bij het herstel van de aal. Met het toepassen van visvriendelijke pompen en waar mogelijk de sluisdeuren ’s nachts op een kier. De  waterschappen zijn van oudsher vaak ook verpachter van het aalvisrecht. Als verpachter kunnen de waterschappen bijvoorbeeld beperkingen opleggen aan de opstelling van fuiken binnen een bepaalde afstand van gemalen en sluizen.

Tenslotte hebben de waterschappen een wettelijke doelstelling voor een forse verbetering van de waternatuur (ecologische waterkwaliteit) uiterlijk in 2027. De aal is een icoon voor het herstel van de waternatuur. De doelstellingen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn vastgelegd in nationale wetgeving. De waterschappen investeren bijvoorbeeld veel geld in de aanleg van vispassages voor vismigratie en in het vergroten van het leefgebied van planten en dieren onder- en boven water door de aanleg van natuuroevers. Ook de opgroeiende jonge aal profiteert daarvan.

 

hans middendorp

 

Hans Middendorp is auteur van het boek: ‘Niet Bang Voor Water. Wat de waterschappen voor je doen’

Dit boek is voor iedereen die aan zijn water voelt dat het niet vanzelfsprekend is dat wij in ons natte kikkerlandje altijd maar droge voeten hebben!  (€ 16,95 incl. verzend-kosten)


Geef een reactie