Drie manieren om natuurschade door rode rivierkreeft aan te pakken

Rode rivierkreeft verdringt alle andere dieren in de sloot

De Amerikaanse rode rivierkreeft werd voor het eerst waargenomen in Nederland in 1985 en is sindsdien enorm in aantal toegenomen. De kreeftjes hebben het prima naar hun zin in de Hollandse poldersloten en ook binnen de bebouwde kom zitten ze in de sloten tussen de huizen en flats. In de nazomer lopen ze massaal over het land opzoek naar een nieuwe sloot. Kleinere halfwas kreeftjes worden nog wel gegeten door meerkoeten, reigers en meeuwen, maar de grote gepantserde ‘rode duivels’ laten zich niet zo gemakkelijk verschalken.

“Rivierkreeften zijn succesvol ingeburgerd in Nederland”

Intussen vreten de rivierkreeften alle zachte waterplanten op en ook alles wat ze daartussen toevallig aantreffen, zoals kikkerdril en slakkeneieren. En ze graven steile gangetjes in de oever van een meter diep. De uitgegraven grond komt weer als extra bagger in de sloot terecht.

Er zijn inmiddels minstens 7 verschillende soorten Amerikaanse rivierkreeftjes in Nederland. De Europese rivierkreeft is door verdringing en Amerikaanse kreeftenpest al helemaal uitgestorven in Nederland, op één locatie bij Arnhem na.

RegioTV: Hans Middendorp vertelt over rivierkreeftjes (klik op afbeelding)

Laat de natuur haar gang gaan?

Met een biologische nieuwkomer kan het twee kanten op: of de exoot sterft snel weer uit want niet geschikt in de nieuwe omgeving, of de exoot vermenigvuldigt zich tot enorme aantallen. Uiteindelijk raakt elke exoot wel weer in een soort van evenwicht met zijn nieuwe omgeving. Bijvoorbeeld omdat de kreeften half verhongeren omdat ze de sloot hebben leeg gegeten, omdat meeuwen, reigers en ratten steeds beter worden in het vangen van kreeften en het kraken van hun pantser, of omdat er een ziekte uitbreekt die de aantallen flink omlaag brengt. Of van alles wat.

Probleem is wel dat zo’n inpassingsperiode, waarin de exoot als het ware wordt ingekapseld  in het ecosysteem, wel heel lang kan duren. In de tussentijd is er veel natuurschade en veel financiële schade aan inzakkende oevers en kades. Om de excessen als gevolg van zo’n aantallen-explosie tegen te gaan, kan bestrijding gewenst zijn.

‘Rivierkreeftjes eten elkaar toch op’

Veelgehoord argument is: ‘niks aan doen: rivierkreeftjes zijn kannibalistisch en ze eten elkaar toch op – en als je de grote wegvangt, overleven er meer kleintjes die dan snel ook weer groot worden’. Hier worden wel een paar dingen door elkaar gehaald.

Om te beginnen: dat kleine visjes of kreeftjes de plek van de weggevangen grote vissen of kreeften innemen – door eventjes iets sneller te groeien – is een bekend verschijnsel in de visbiologie. Daarom ook zijn er allerlei wettelijke beperkingen aan de maaswijdte van visnetten en fuiken, om ervoor te zorgen dat alleen de  grote vissen worden weggevangen en overbevissing wordt voorkomen.

Verder worden rivierkreeftjes niet heel oud – 1 of 2 jaar – maar hun voortplantings-succes schuilt in hun goede broedzorg: de moederkreeft beschermt de bevruchte eitjes onder haar staart, in een gangetje of holletje van 1 m diep, waardoor er maar weinig eitjes verloren gaan. De rivierkreeft kan daardoor ook met minder eitjes toe dan kreeften zonder broedzorg, maar die eitjes zijn wel iets groter – waardoor de pasgeboren kreeftjes meteen een voorsprong hebben.  
(Voor de liefhebbers: de rivierkreeft volgt een variant van de r-strategie)

“Rivierkreeft herkent babykreeftjes niet als eigen nakomelingen”

En tenslotte: rivierkreeftjes zijn opportunistisch maar niet kannibalistisch. Het zijn alleseters (‘scavengers’), die alles pakken dat toevallig voor de bek komt. En ze zijn niet kieskeurig: zachte planten, viseieren, dode vissen of dode kreeften, etc. Een volwassen rivierkreeft herkent de babykreeftjes in de sloot echt niet als zijn eigen nakomelingen.

Ook is het niet zo, dat als je niets doet er uiteindelijk een stabiele situatie ontstaat, waarbij de grote en kleine kreeftjes elkaar precies in evenwicht houden. We zien juist dat de aantallen kreeftjes in de sloten maar blijven toenemen, ondanks dat de grote kreeften soms een paar kleintjes opeten.

Sloot is geen aquarium

Ook heeft een sloot heeft geen begrenzing zoals een een aquarium. Kleine rivier-kreeftjes verspreiden zich door het hele stelsel van sloten. En in de maanden augustus en september gaan de volwassen rivierkreeften massaal ‘op zoek’ naar een nieuwe sloot met minder concurrentie. Ze klimmen dus letterlijk hun aquarium uit.

Dat wandelgedrag vertonen de rivierkreeften ook in hun oorspronkelijke leefgebied in Mississippi en Louisiana. Daar overzomert de Amerikaanse rode rivierkreeft in zijn zelfgegraven gangetje tot de eerste regens de opgedroogde moerassen weer vullen. Wakker gemaakt door de regen, gaan de rivierkreeften op pad om een nieuw leefgebied te vinden.

Algemeen Dagblad, 18 sept 2018 (klik op afbeelding)

Wegvangen

Om de overlast en natuurschade door rode rivierkreeftjes binnen de perken te houden, moeten de aantallen omlaag. Dat lijkt makkelijker dan het is.

“Intensief wegvangen van rivierkreeften is het enige dat helpt – en dan nog alleen tijdelijk!”

Ten eerste vang je kreeften in grote aantallen het gemakkelijkst met een fuik of kreeftenkorf, maar die mogen alleen door beroepsvissers worden gebruikt. En om beroepsvisser te worden, moet je eerst je eigen viswater hebben gepacht.

Ten tweede zitten vrouwtjes met eieren in hun zelfgegraven gang, dus die lopen juist minder kans om in de kreeftenkorf te lopen.

En ten derde: je moet wel het hele seizoen doorgaan met het wegvangen van kreeftjes. Een incidentele vang-actie heeft inderdaad weinig effect op de populatie omdat de overgebleven kreeftjes bij voldoende voedsel snel groeien. Eigenlijk net als bij muskusratten: je kunt pas stoppen met vangen als er geen één meer over is.

Door de grote rivierkreeften weg te vangen, vermindert de kreeftenvraat in de sloot. Daardoor blijft er meer voedsel over voor o.a. vissen, salamanders en insecten. En er worden minder holletjes gegraven, waardoor de kanten heel blijven en de sloot minder snel opvult met bagger.

Graafschade door rivierkreeftjes bij Kinderdijk (klik op afbeelding)

Oplossingen

Om de aantallen kreeftjes fors omlaag te brengen, zijn er grofweg drie oplossingsrichtingen. De eerste twee oplossingsrichtingen kunnen eenvoudig in maatregelen worden omgezet, de derde oplossingsrichting zal meer tijd vragen. En aan elke oplossingsrichting kleven ook  nadelen, daar moet ook naar worden gekeken.

  1. Inzet van beroepsvissers met kreeftenkorven op zogenoemde ‘hotspots’ om de aantallen kreeftjes fors omlaag te brengen. De provincie of het waterschap zou de beroepsvisser een basisvergoeding kunnen geven, want de bevissing moet doorgaan ook als de vangsten teruglopen.
  2. Verruiming van de huidige regelgeving zodat sportvissers 1 of 2 landelijk goedgekeurde kreeftenkorven mogen zetten. Bijvoorbeeld middels een kreeftenakte als een uitbreiding op de landelijke vispas. Leg de controle bij de hengelsportverenigingen, net zoals nu al bij de vispas gebeurd.
  3. Uitbreiden van het mandaat van de professionele muskusrattenbestrijding naar bestrijding van rivierkreeften. Want kreeften veroorzaken net als muskusratten schade in kades en oevers. Deze oplossing kost de belastingbetaler natuurlijk wel geld, want het is extra werk. En in het geval van de rivierkreeftjes is het is natuurlijk zonde om een mooi eiwitrijk natuurproduct te vernietigen, zoals nu ook gebeurt met de gevangen muskusratten.

De waterschappen en provincies moeten nu lef tonen en in actie komen. Nog meer onderzoek naar de ecologie van de rivierkreeft is niet meer nodig, er moet iets gebeuren.

Inmiddels zijn er zelfs Kamervragen over de rode rivierkreeft gesteld aan de minister. Kortom: wordt vervolgd!

Rode rivierkreeft (foto: Pixabay)

Voor een uitgebreide discussie van de biologie en het beheer van rivierkreeften, verwijs ik naar twee* recente rapporten:



Geef een reactie