Visserij belangrijkste oorzaak teruggang aal – streng aalquotum noodzakelijk voor duurzaam herstel

De palingvangst in het IJsselmeer is nog slechts een fractie van wat het ooit was. Een moratorium op de palingvisserij of anders een streng aalquotum is de enige serieuze optie voor herstel. Zo’n maatregel zou nog effectiever zijn als deze in heel Europa wordt doorgevoerd. 

Dalende vangsten op Markermeer en IJsselmeer voor alle vissoorten

De populatie van aal in het IJsselmeer en Markermeer is sinds de jaren ’50 enorm teruggelopen. Na afsluiting van de Zuiderzee  in 1932 ontwikkelde de aal zich tot een dominante soort in het nieuwe IJsselmeer. De vangst in de jaren ’50 bedroeg wel vierduizend ton per jaar. Echter, in recente jaren was de palingvangst minder dan 200 ton per jaar .

Door de dalende vangsten is ook het aantal beroepsvissers op het IJsselmeer en Markermeer sterk teruggelopen. Waren er in 1950 nog zo’n 800 vissersboten op het IJsselmeer, in 2000 waren dar er nog 60 en in 2013 nog slechts 25. Verhoudingsgewijs nam de aalvangst per boot dus zelfs nog iets toe!

Sterke teruggang van aal

De Stichting Transitie IJsselmeer rapporteerde in 2017 dat de vangsten van aal, snoekbaars, baars, spiering, blankvoorn en brasem op het IJsselmeer waren gedaald van 250 kilo per hectare (ha) in 1986 naar slecht 90 kilo per ha per jaar in 2010! Op het Markermeer ging het nog slechter: daar liep de visserij terug van 150 naar 40 kg per ha per jaar. Volgens de Stichting Transitie IJsselmeer is overbevissing door de beroepsvisserij de hoofdoorzaak van de brede teruggang.

Andere oorzaken zijn de visvangsten door de sportvissers en de illegale visvangst door veelal Oost-europese stropers. Het aantal vistrips met sportvisboten is sinds de jaren ’70 gedaald van ca. 64.000 vistrips per jaar naar nog maar een paar duizend vistrips. En voor de paling geldt trouwens al sinds 2009 een ‘meeneem-verbod’.

De afname van de paling op het IJsselmeer en Markermeer houdt gelijke tred met de teruggang in van de aal in Europa. Toch waren er in 2016 en 2017 weer meldingen van “goede” palingvangsten. Na jaren van neergang is er een kleine beweging omhoog, van 90 ton aal in 2013 tot 147 ton in 2017 (100 ton is 2,5% van de jaarlijkse vangsten in de jaren ’50). Visbiologen zullen de aal en de aalvisserij de komende jaren nauwgezet volgen, om te zien of deze kleine opleving blijvend is of tijdelijk?

Ook is het doorzicht in het water enorm toegenomen, omdat er minder voedingsstoffen in het water zijn vergeleken met de jaren ’80. En in grote delen van het Markermeer is er een ware waterplantenplaag, omdat het licht nu verder in het water kan doordringen. De waterplanten vangen de laatste nutriënten weg, waardoor er veel minder algen zijn dan vroeger en dus ook veel minder voedsel voor de kleinste vis.

Visstand en Visserij in het IJsselmeer (Stichting Transitie IJsselmeer, 2017)

Aalherstelplan

Als gevolg van Europese regelgeving is sinds 2009 is de palingvisserij op de Nederlandse binnenwateren drie maanden gesloten, van 1 september t/m 30 november. Dat moet voldoende tijd geven aan grote aantallen volwassen schieralen om te ontsnappen naar zee. De EU heeft als norm gesteld dat 40% van alle schieralen de Sargassozee moet kunnen bereiken.

Ook moeten volgens het Aalherstelplan de Nederlandse waterkrachtcentrales op de Grote Rivieren ‘visvriendelijk’ worden gemaakt, zodat beelden van doormidden gehakte palingen tot het verleden zullen gaan behoren. De waterschappen vervangen stap-voor-stap al hun gemalen door visvriendelijke installaties. En er wordt een grote buis door de Afsluitdijk gestoken, waardoor glasaaltjes in het voorjaar met opkomend getij het IJsselmeer op kunnen zwemmen en schieralen in de herfst met eb het IJsselmeer kunnen verlaten (gereed in 2020?).

De Stichting Duurzame Palingsector Nederland (DUPAN) coördineert sinds 2010 verbeteringsacties, zoals het ‘over de dijk zetten‘ van schieralen, zodat die ongehinderd naar de Sargassozee kunnen zwemmen om te paaien. Ook coördineert DUPAN het uitzetten van grote aantallen glasaaltjes in het IJsselmeer en de Zeeuwse wateren. Winstpunt is dat zowel de palingkwekers (die afhankelijk zijn van wilde glasaal) én de palingvissers én ook de palinghandelaren samen geld afdragen in het ‘Palingfonds’ van DUPAN. Daarnaast ontvangt DUPAN ook Europese subsidie.

Wat de palingstand in de polders rondom het IJsselmeer zeker zal helpen, is het ieder jaar opnieuw uitzetten door DUPAN van miljoenen glasaaltjes. Dit zijn dan wel glasaaltjes die voor de kusten van Bretagne of Engeland zijn gevangen. Het uitzetten van glasaaltjes om later terug te vangen voor de verkoop is eerder ‘boeren’ dan ‘vissen’ en het duurt bovendien 10 jaar of langer voor een klein glasaaltje een grote schieraal is geworden. En zolang de uitgezette glasaaltjes nog elders moeten worden weggevangen, is dat natuurlijk niet duurzaam.

In Friesland wordt geëxperimenteerd met een aalquotum. De palingvisserij stopt zodra het quotum is opgevist. Dit is een verfijndere methode dan een gesloten seizoen, maar vereist meer controle en samenwerking. Een strak uitgevoerd aalquotum maakt het mogelijk om paling te blijven vangen terwijl de aalstand over de jaren toch langzaam kan verbeteren.

Impressie van de Vismigratierivier door de Afsluitdijk

Streng aalquotum of moratorium op de palingvangst?

Herstel van de paling is afhankelijk van het kunnen uittrekken van voldoende geslachtsrijpe schieralen, zodat er ook weer voldoende glasaaltjes naar Europa komen. Europees is afgesproken dat 40% van de oorspronkelijke aantallen schieralen moet kunnen ontsnappen naar zee. Uitgaande van jaarvangsten van 4.000 ton (of meer) in de jaren ’50, zou er dan minimaal 1.600 ton aan schieraal moeten uittrekken. Dit getal laat zien dat acties als ‘paling over de dijk’ vooral symbolische waarde hebben, om aandacht te vragen voor het probleem dat bepaalde gemalen of sluizen nog niet visvriendelijk zijn gemaakt.

Als het ons echt menens zou zijn om de palingstand terug te brengen naar het niveau van de jaren ’50, zou de palingvangst op alle binnenwateren in Nederland, inclusief op het IJsselmeer, voor een periode van ten minste 10 jaar helemaal moeten worden gestopt. Het duurt immers tien jaar  of langer voor een glasaaltje om op te groeien tot een vette schieraal. Een palingmoratorium heeft uiteraard vooral pas zin als alle schieralen vanuit het IJsselmeer ook terug naar zee kunnen zwemmen. Dat gebeurt nu al via het Noordzeekanaal en straks door de vismigratieriver door de Afsluitdijk.

Wat het aalherstel complex maakt, is dat alle Europese palingen terugkeren om te paaien naar de Sargassozee. De glasaaltjes die daar geboren worden, verspreiden zich met de Golfstroom mee over heel Europa tot in de Baltische Zee. Het is dus niet zo dat de glasaaltjes die het IJsselmeer optrekken, alleen afkomstig zijn van Nederlandse schieralen, en omgekeerd kunnen glasaaltjes van Nederlandse ouders overal terechtkomen.

Dit argument wordt door palingvissers vaak als excuus gebruikt om ‘niet het braafste jongetje’ uit de Europese klas te zijn, want ‘onze schieralen helpen dan de Britten of de Fransen’. Ook andere Europese landen zouden gelijktijdig een palingmoratorium moeten instellen.

Als een palingmoratorium politiek of maatschappelijk niet haalbaar is, is het alternatief een streng systeem met aalquota voor het IJsselmeer en Markermeer. Op kleine schaal lijkt het aalquotum in Friesland goed te werken. Voor het IJsselmeer en Markermeer zou de inzet van de onderhandelingen voor het aalquotum eerder rond de 50 ton moeten liggen dan rond de huidige 150 ton.

Voor de mensen die werkzaam zijn in de palingsector zijn zowel een moratorium als een streng quotum natuurlijk dramatisch, juist op het moment dat de palingvangsten weer iets oplopen. Een vorm van ‘warme sanering’ met voldoende financiële compensatie zou dan ook op politiek draagvlak moeten kunnen rekenen. Maar of dat zo is?


Lees hier de
samenvatting van het rapport ‘Visstand en visserij in het IJsselmeer’  in Visionair (sept. 2017)

En dan is er nog het probleem van het illegaal wegvangen van glasaaltjes voor de kust van Bretagne.


One Comments

  • Van der burg

    12 januari 2019

    Komt door veel iligale visserij en
    Beroepsvisserij de techniek die ze
    Gebruiken is verbeterd en de controle is zeer slecht geregeld
    De wetgeving rammeld aan alle kanten
    Door de lage waterstand in 2018
    Zijn er gouden tijden geweest voor de beroepsvissers de vis zat dicht op mekaar in het beneden revieren gebied zat veel winde en zeer grote voorn nu moet je ver zieken.

    Reply

Geef een reactie