Wat moeten we met de rivierkreeft?

Rivierkreeft de wraak van Montezuma?

Montezuma was de legendarische Aztekenkoning van Tenochtitlan (nu Mexico-stad), dat in 1520 door de Spanjaarden volledig werd verwoest. Met ‘de wraak van Montezuma’ wordt meestal een agressieve vorm van diarree bedoeld. Maar misschien is het succes van de schadelijke Amerikaanse rivierkreeften wereldwijd wel de échte wraak van Montezuma?

Schadelijke exoot

In hun eigen leefgebied in het zuiden van de Verenigde Staten, dat ooit grotendeels bij Mexico hoorde, past de levenscyclus van de rode rivierkreeft wonderwel in het afwisselend natte en kurkdroge klimaat. Hij wordt ook op veel plaatsen in de wereld gekweekt. De voortplanting ‘gaat vanzelf’ en je kunt ze zonder veel moeite laten opgroeien in een extensieve teelt in een tropische visvijver of in rijstvelden. Maar ja, van daaruit kunnen de kreeften ook makkelijk aan de wandel. Door uitzetting en zelfverspreiding komen de Amerikaanse rivierkreeften nu op veel plaatsen in de wereld voor. En veroorzaken ze vrijwel overal overlast door het gaven van holletjes en veroorzaken schade aan de natuur.

De rode rivierkreeft is als soort zo succesvol in het bezetten van nieuwe leefgebieden, dat die van de EU het predicaat ‘invasieve exoot’ heeft gekregen. Niet in het minst vanwege de schade die de kreeften veroorzaken. Ze vreten onderwaterplanten en maken ze kapot. Dit heeft lokaal negatieve gevolgen voor inheemse soorten die daarvan afhankelijk zijn, zoals diverse soorten vissen, amfibieën, kevers en vogels die broeden in waterplantenvegetaties. Verder vertroebelen de graaf- en graasactiviteiten van de kreeften het water en komen er veel meer voedingsstoffen in het water. Dit is ongewenst in wateren die juist helder moeten zijn. Ook brengt de kreeft de kreeftenpest over, waar hij zelf niet gevoelig voor is, maar de tegenwoordig zeer zeldzame inheemse rivierkreeft wel.

Overigens geldt de titel geldt ‘schadelijke exoot’ voor vrijwel alle acht of negen Amerikaanse rivierkreeften, die nu in Nederland voorkomen. Het zijn kreeften uit verschillende families. Vanwege dit label zijn de EU-lidstaten verplicht om hem ‘zo veel als mogelijk’ uit de natuur te verwijderen. En als uitroeiing niet meer lukt, moeten ze in elk geval de schadelijke effecten maximaal beperken. Voor de rode rivierkreeft ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij het ministerie van LNV, omdat de soort ook onder de Visserijwet valt. Tot nu toe hebben LNV en de waterschappen vooral veel onderzoek gedaan. Een heldere strategie voor verwijdering bestaat nog niet.

Welke kreeft is dit? Kreeftenzoekkaart van kenniscentrum EIS / Naturalis

Kreeft met een strategie

De Amerikaanse rivierkreeften (Engels: crayfish of crawfish) zijn weliswaar veel kleiner dan de zeekreeft (Engels: lobster) die traditioneel op het menu van dure restaurants staat. Maar ze worden toch makkelijk 15 cm groot. En ze zien er groter uit dan ze zijn, wanneer ze hun scharen ten hemel heffen om belagers af te schrikken. Er gaan 15  rivierkreeften in een kilo.

De rode rivierkreeft heeft een interessante strategie. In het oorspronkelijke leefgebied in de moerassen van Louisiana kruipen de kreeften, die de droge zomer hebben overleefd in hun holletjes, bij de eerste regendruppels naar buiten. In het regenseizoen ontstaan overal plassen en moerassen, en de rode rivierkreeft is er als de kippen bij om het nieuwe leefgebied te benutten. In het begin is er voedsel in overvloed, en nog geen concurrentie. De aantallen rivierkreeften exploderen, en halverwege het natte seizoen gaan de oudere kreeften ‘aan de wandel’, op zoek naar een volgend moeras. Zo voorkomen ze de negatieve effecten van overbevolking, en vergroten ze de kans dat er voldoende kreeften de hete droge tijd doorkomen. Zodat de cyclus bij de volgende regens weer opnieuw kan beginnen.

No alt text provided for this image

Zorgzame moeders

Tweede belangrijke aanpassing van de Amerikaanse rivierkreeften is de succesvolle broedzorg. Natuurbeschermers klagen graag dat een rivierkreeftje zo veel eitjes produceert: wel 200-400 per broed en dat ook 2 of 3 keer per jaar. Toch produceren sommige vissen en kikkers veel meer eitjes: bij een karper zijn dat er 100.000 per kg lichaamsgewicht. Dat scheelt dus een factor 10! (15 kreeftjes per kg x 300 eitjes x 2,5 broed is 11% van 100.000).

Het verschil zit hem vooral in de overleving van de jonge kreeftjes. Het kreeftenvrouwtje graaft zich in een smal gangetje van een meter lang in, met haar eieren onder haar achterlijf. Daar komt dus niemand bij! Zelfs als je haar holletje in durft, moet je eerst nog langs haar scharen. Ook belangrijk is dat de eitjes van een rivierkreeft groter zijn dan die van bijvoorbeeld een karper. De jonge kreeftjes zijn dus bij geboorte al minder kwetsbaar.

Hardnekkige misverstanden

Jarenlang gold bij natuurbeschermers het adagium dat je mensen niet moest toestaan om rivierkreeften te vangen, vanuit de angst dat ‘zij de rivierkreeften ook zouden uitzetten in andere sloten’. Feit is dat de rivierkreeft inmiddels zowat overal zit, dus dat punt is inmiddels wel gepasseerd. Overigens mag je rivierkreeften wel vangen, maar niet met een kreeftenkorf – die daar toevallig het meest geschikt voor is, en overal te koop.

Toch zou de Visserijwet probleemloos kunnen worden aangepast, omdat voldoende is aangetoond dat je met een kreeftenkorf echt alleen kreeften vangt en nooit een paling. Sportvissers klagen inmiddels steen-en-been dat ze geen karpers meer vangen, maar steeds kreeften ophalen. Door sportvissers het gebruik van 1-2 kreeftenkorven toe te staan, bijvoorbeeld met een extra kreeftenakte, verdwijnt het kreeftenprobleem niet, maar vermindert wel lokaal de overlast. 

Tweede punt waar natuurbeschermers steeds op hamerden, was de ontdekking dat grote kreeften ook weleens een kleine soortgenoot opeten. De conclusie werd snel getrokken dat de rivierkreeft zo zijn eigen populatie reguleerde, net zoals dat gebeurt bij snoeken. Maar bij de rivierkreeft is kannibalisme vooral een teken van overbevolking. Het zijn ‘schooierende alleseters’. Ze kruipen langzaam rond en eten zo’n beetje alles op wat zacht is. Ze zijn dol op waterplanten, maar ook op viseitjes, of een dode vis of dode rivierkreeft. Als de aantallen rivierkreeftjes toenemen, raken de waterplanten op. De hongerige kreeften eten dan ook een babykreeftje, of een halfwas kreeft die aan het vervellen is.

No alt text provided for this image

Wegvangen het beste

De Amerikaanse rivierkreeften zijn inmiddels volledig ingeburgerd in grote delen van Nederland, en ze verspreiden zich nog steeds verder. Om een idee te geven: in de zomer van 2021 werden in totaal 12.000 rivierkreeften opgevist uit een vijver van 2,5 ha in Ede. Het waren vooral veel kleine kreeftjes. En dat komt overeen met de ervaring uit de praktijk: als je de grote kreeften wegvangt, versnelt de groei van de kleinere kreeften, zodat het wegvangen geen verschil lijkt te maken. Dit verschijnsel is bekend uit de visserijbiologie en niet uniek voor rivierkreeften.

Niet dat de rivierkreeft geen natuurlijke vijanden heeft. Otters eten hem graag, net als ratten. Meerkoeten en futen eten de kreeften ook, al kost het ze veel moeite om ze open te krijgen. Reigers slikken de kreeften in hun geheel door – als dat lukt. Er zijn voorbeelden bekend van meeuwen die ze uit de lucht laten vallen. Ook vissen zoals snoeken en grote palingen eten (vervellende) kreeftjes. Karpers slobberen de kleine babykreeftjes van de bodem. 

Toch is al die natuurlijke predatie op dit moment onvoldoende. Ooit zal er een nieuw zogenoemd natuurlijk evenwicht ontstaan, maar dat moment lijkt nog niet nabij. Er zijn wel aanwijzingen dat de aantallen rivierkreeften vooral exploderen in sloten en vijvers met een arme ecologie. Maar om de ecologie te herstellen, moeten de aantallen rivierkreeft laag worden gehouden. Intensief wegvangen en blijven wegvangen lijkt nu het beste advies. 

No alt text provided for this image
Vanaf augustus gaan de rivierkreeften ‘wandelen’, op zoek naar een nieuwe sloot.

Import uit China

Vraag naar rivierkreeften is er in elk geval genoeg: jaarlijks wordt 600 ton rivierkreeft uit China geïmporteerd, terwijl er maar 30 ton uit Nederland wordt aangevoerd. De vraag is welke supermarkt als eerste in dit gat springt!

Maar wegvangen kost tijd en geld. Beroepsvissers stoppen met vangen zodra er minder kreeftjes in de korf zitten. Terwijl de waterbeheerder dan nog wil doorgaan met wegvangen. En niet alle beroepsvissers willen ‘vissen om niks te vangen’. Een vergoeding voor het blijven plaatsen van tientallen fuiken en kreeftenkorven (waar dan maar weinig kreeftjes in komen) is dan op z’n plaats. Een andere mogelijkheid is om de muskusrattenvangers ook in te zetten om kreeften te vangen. Maar dat kost natuurlijk ook geld.

De rivierkreeften ‘are here to stay’ en ze moeten hun plek vinden in onze Hollandse waternatuur. De overlast zal nog wel een lange tijd voortduren. Montezuma zal tevreden zijn.

Dit artikel is eerder verschenen in VVM Tijdschrift Milieu, maart 2022


Geef een reactie