Waterschapsbelasting op natuurterreinen gewoon afschaffen

Natuurterreinen worden voor de huidige waterschapsbelasting zó laag aangeslagen, dat het doelmatiger is om de watersysteemheffing op natuur maar helemaal te schrappen. De Unie van Waterschappen heeft weliswaar voorgesteld om de waterschapsheffing op natuurterreinen te verhogen naar gemiddeld 600% van het huidige natuurtarief – maar dan nog blijft de bijdrage van Natuur  onder de twee procent van de landelijke opbrengst van de watersysteemheffing.

Natuurterreinen betalen vrijwel geen waterschapsbelasting

De totale opbrengst van de watersysteemheffing in 2018 was € 1.467 miljoen. Inwoners betaalden het leeuwendeel, € 1.145 miljoen (78,1%), landbouw 177 miljoen (12,1%), bedrijven 140 miljoen (9,5%) en natuurterreinen 4 miljoen (0,29%). Dat is dus 29 cent per 100 euro belastingopbrengst. Waar hebben we het over? De inwoners betalen al € 78,10 euro per 100 euro belastingopbrengst. Die paar dubbeltjes voor de natuur in Nederland kunnen er dan ook nog wel bij.

Belastingcategorie Natuur: natuurterreinen. Categorie Ongebouwd: akkerbouwers en veetelers. Categorie Gebouwd: bedrijven en woningen. Categorie Ingezetenen: huishoudens. Inwoners: huishoudens + woningen.

Omgerekend naar oppervlakte bedroeg de watersysteemheffing op natuurterreinen € 3,91 per ha in 2018 (gemiddelde van 21 waterschappen). De watersysteemheffing op landbouwgrond bedroeg gemiddeld € 78,92 per hectare, dus twintig keer hoger dan de natuurheffing. De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB), die in juni 2018 haar eindrapport presenteerde, wilde landbouwgronden en natuurterreinen onder hetzelfde belastingregime brengen, met dezelfde hoge tarieven. Toen dat onhaalbaar bleek, werd arbitrair voorgesteld om de natuurheffing ‘dan maar’ vast te stellen op 20% van de landbouwheffing.

Echter vooral de boeren klaagden dat natuur dan nog steeds veel te weinig zou gaan betalen per hectare terwijl de waterschappen wel grote uitgaven doen voor de waternatuur vanwege de EU-opgave voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Als compromis stelde de Unie van Waterschappen tenslotte voor om de natuurheffing ‘dan maar’ op 30% van het landbouwtarief te houden. Gemiddeld zou dit een verhoging betekenen naar € 23,70 per hectare natuurterrein, maar liefst zes keer het tarief voor natuurterreinen in 2018!

Afschaffen natuurheffing veel doelmatiger

Natuurbeheerders hebben het al moeilijk genoeg om de eindjes aan elkaar te knopen. Weliswaar hebben terreinbeheerders enige inkomsten uit houtkap, pacht en donaties uit goede doelen, maar het overgrote deel van hun inkomsten komt toch uit gemeenschapsgeld. Een hogere watersysteemheffing op natuurterreinen komt dan neer op rondpompen van geld. Want het is wel duidelijk dat Natuur als belastingcategorie toch nooit de werkelijke waterschapskosten kan opbrengen. Terwijl voor de waterschappen de opbrengst van de natuurheffing niet meer is dan een druppel in een volle emmer.

Natuur is ook geen verdienmodel! Wel fungeren natuurterreinen vaak als spons voor regenwater en als intrekgebieden voor de drinkwaterwinning. Dat zijn ‘diensten’ waar de samenleving nu ook nog niets voor betaald. Het is maatschappelijk gezien daarom juist veel doelmatiger om alle natuurterreinen vrij te stellen van watersysteemheffing. Natuur is tenslotte van ons allemaal, en de eventuele waterbaten van natuur dus ook.

Daarmee komt ook meteen een einde aan de moeizame discussie over wat dan de juiste grondslag voor de natuurheffing zou moeten zijn en hoeveel profijt het waterschap nou precies heeft van natuur.

Interview voor Omroep Vlaardingen over afschaffen van waterschapsbelasting op natuurterreinen (klik op afbeelding om te luisteren)


Geef een reactie