Deltacongres 2018: zeespiegelstijging serieus probleem voor Nederland

Op het Nationaal Deltacongres op 1 november 2018 droeg de eerste deltacommissaris, Wim Kuijken, alvast zijn werkjas en veiligheidshelm over aan opvolger Peter Glas. Er waren lovende woorden en er was veel tevredenheid over wat er is bereikt sinds het advies van de commissie Veerman uit 2008.

Deltacommissaris Wim Kuijken (m) draagt zijn werkjas en veiligheidshelm over aan opvolger Peter Glas (eigen foto)

Zeespiegel belangrijkste thema op deltacongres

’s Middags pakte het deltacongres breed uit met een grote themasessie over zeespiegelstijging. Sinds Deltares op verzoek van Kuijken naar buiten kwam met een nieuw rapport over zeespiegelstijging, ziet het Deltaprogramma de ongemakkelijke waarheid scherper onder ogen. “Het gaat niet om de hoogte van de stijging, maar om de snelheid waarmee deze kan gaan plaatsvinden”, sprak Kuijken.

Werd in de Klimaatscenario’s van het KNMI uit 2014 nog rekening gehouden met een stijging tussen de 32 en 84 cm in het jaar 2100, inmiddels is wel duidelijk dat dat minimaal 84 cm wordt en maximaal misschien drie meter.  En het allerbelangrijkste: ook ná 2100 blijft de zeespiegel stijgen, zelfs als we nu 100% zouden stoppen met CO2 uitstoot. Er ligt voor omgerekend 58 meter zeespiegelstijging aan ijs op ons te wachten op Antarctica. Plus nog 7 meter op Groenland.

Doorwerken aan de delta: Nederland tijdig aanpassen aan de klimaatverandering. Presentator Inge Dieperink en Wim Kuijken (eigen foto)

Antarctica smelt aan de randen

De Antarctische ijskap groeit aan door sneeuwval. Door de druk van het eigen gewicht schuift de ijskap langzaam over de rand van Antarctica de zee op. Soms breekt er een ijsberg af, waardoor de totale ijsmassa op de Zuidpool voor tienduizenden jaren globaal in evenwicht is gebleven.

Dat is wel een fragiel evenwicht. En dat evenwicht verschuift nu, want de laatste tijd breken er steeds grotere stukken van het zee-ijs af. Dat komt omdat het drijvende poolijs aan de onderkant iets harder smelt door opwarming van het zeewater. Dat er nu van die grote ijsplaten afbreken is volgens klimaatwetenschappers een ‘kantelpunt’.

Er zijn dus veel grotere ijsbergen dan vroeger, waardoor er meer ijs tegelijkertijd smelt en de zeespiegelstijging ook sneller gaat. Gebleken is dat in de afgelopen 10 jaar het ijsverlies is verdrievoudigd, tot gemiddeld 219 miljard ton per jaar in de periode 2012-2017.

Vijf conclusies van hoogleraar Michiel van den Broeke (eigen foto)

Hoe smelt het ijs op de Zuidpool als de temperatuur onder het vriespunt blijft?

Nu zou je denken: “OK vervelend, dan krijgen we de komende tijd meer smeltende ijsbergen maar het grootste deel van de ijskap blijft toch gewoon liggen?” Michiel van den Broeke, hoogleraar Polaire Meteorologie aan de Universiteit van Utrecht, vertelde dat tot vijftien jaar geleden klimaatwetenschappers inderdaad dachten dat het landijs op de Zuidpool niet zou kunnen smelten omdat de temperatuur altijd vér onder het vriespunt blijft.

Maar het smelten van de ijskap gaat indirect. Wanneer het zee-ijs eenmaal is afgebrokkeld, zal het landijs vanuit het midden sneller naar de randen ‘stromen’ omdat er minder tegendruk is. Er blijven ijsbergen afbrokkelen van Antarctica (die vervolgens ook weer smelten), waardoor de dikte van de ijskap steeds verder afneemt.

Muur in zee zou ijs kunnen afremmen? – NRC 7 nov 2018  (klik op afbeelding)

Bovendien lijkt de rotsbodem van de Zuidpool op een soepbord met een hoge rand. En op een paar plekken ligt de rotsbodem  beneden zeeniveau.  En dan wordt het tweede ‘kantelpunt’ bereikt: het moment dat het zeewater onder de ijskap door onder de ijskap een ‘meer’ vormt in de bodem van het soepbord. De uitstekende ijsplaat breekt af. Het zeewater dringt nog verder naar binnen. De ijsmassa stroomt sneller naar buiten, totdat er in het midden nauwelijks poolijs over is gebleven.

Wat betekent de zeespiegelstijging voor Nederland?

Goed, er ligt dus een forse zeespiegelstijging in het verschiet, zelfs als er maar een kwart of slechts 10% van de Antarctische ijskap afsmelt. Inmiddels is wel duidelijk dat onze kinderen en kleinkinderen de gevolgen van de zeespiegelstijging al gaan meemaken. Zo nam de Tweede Kamer op 24 april 2018 de motie-Van Raan aan om de impact van een zeespiegelstijging van 1,8 meter op de brede welvaart in Nederland in kaart te brengen.

Jaap Kwadijk over de Maeslantkering (eigen foto)

Duidelijk is ook dat 60% van Nederland onder water zal staan als de zeespiegel vijf meter of meer is gestegen in 2200. Maar veel eerder al, naar schatting rond 2050, zullen er problemen optreden met de betrouwbaarheid van de Oosterscheldekering en de Maeslantkering, lijkt nu de consensus.

“De zeespiegelstijging is een game-changer!” zei Jaap Kwadijk, wetenschappelijk directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Zo bezien is het dus verstandig om nù al te beginnen met de planning voor de aanleg van een zeesluis in de Nieuwe Waterweg. Maar voor de lange termijn – zeg het jaar 2150 – is zelfs een zeesluis onvoldoende en moet er worden gedacht aan een Dijk-in-Zee langs de hele Noordzeekust (ook wel bekend als de ‘Haakse zeedijk’).

‘Klimaatverandering te complex voor ons brein’

Tenslotte lichtte Anjo Travaille, adviseur gedragsverandering, toe dat ons brein die klimaatverandering maar ingewikkeld vindt. Bijvoorbeeld, het halveren in 2050 van zoiets abstracts als de uitstoot van CO2 is voor ons brein niet te overzien. Benoem liever concrete klimaatdoelen voor de komende vier jaar. Wees als overheid glashelder over wat er moet gebeuren en zorg voor voldoende financiële middelen.

En het belangrijkste: houd er rekening mee dat democratie als systeem meedogenloos is voor gekozen bestuurders, die daarom liever lang blijven praten over koopkrachtverbetering en ouderenzorg dan hun nek uitsteken voor dure klimaatmaatregelen waar niet direct geld voor is. ‘Polderen’ is dan wel een Nederlandse verworvenheid maar voor het opvangen van de gevolgen van zeespiegelstijging is er juist bestuurlijke daadkracht nodig. ‘En nog meer onderzoek doen, vergroot het draagvlak niet’, voegde Travaille nog toe.

Anjo Travaille, adviseur duurzame gedragsverandering (eigen foto)

Vraag aan de nieuwe deltacommissaris

Het Deltaprogramma staat bekend als een succesvolle mix van consensus, adaptieve strategie en ‘polderen’. Daarom is mijn vraag aan de nieuwe deltacommissaris Peter Glas: wat is er nou nodig voor meer bestuurlijke daadkracht in het Deltaprogramma? Om adequaat te kunnen anticiperen op de gevolgen van zeespiegelstijging? Met natuurlijk ook meteen de vervolgvraag: en hoe gaat u dat voor elkaar krijgen?

Want het gaat wel om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Dus: aan de slag! En, vanuit ons aller welbegrepen eigenbelang, ook heel veel succes toegewenst!

 

Dijk-in-Zee langs de hele Noordzeekust. Noordhollands Dagblad, 20 jan. 2018 (klik op afbeelding)

 

 

 

 

 


Geef een reactie